2018 Lauwersland Online - 't Marnehoes

’t Marne­hoes is een voor­ma­lige kerk uit de 13e eeuw in Wehe - den Hoorn in het noord­westen van de provincie Groningen.

Wehe (Wiha) bete­kent "gewijde plaats". Het dorp is in de Middel­eeuwen op een forse recht­hoe­kige wierde ontstaan. In 1966 is Wehe samen­ge­voegd met het nabu­rige dorp Den-Hoorn. De kerk deed tot 1975 dienst als Neder­lands-hervormde kerk.

De dorps­be­wo­ners van Wehe hebben door de eeuwen heen steeds delen van de kerk moeten restau­reren of vervangen. In 1656 is de toren verhoogd, in 1880 is de kerk buitenom gepleis­terd, in 1965 opnieuw inge­richt en in 1985 is het inte­rieur geres­tau­reerd. Sinds­dien heet de kerk "’t Marne­hoes", een samen­stel­ling van "De Marne" (een voor­malig eiland tussen de Hunze, Lauwers en Waddenzee) en "hoes" (huis). ’t Marne­hoes is eigendom van de Stich­ting Oud Groninger Kerken.

De geschie­denis van de kerk is verbonden met de familie Tjarda van Star­ken­borgh, een van oorsprong Friese familie. In het begin van de 16e eeuw vestigde een lid van deze familie, Bart­hold, zich in De Omme­landen. De borg Verhil­dersum in Leens kwam in 1586 in fami­lie­bezit door het huwe­lijk van zijn klein­zoon Ludolf met Hidde Onsta. De klein­zoon van deze man, ook een Ludolf, was heer en collator van Wehe. Hij gaf in 1656 opdracht voor de verho­ging van de toren en repa­ratie van de kerk.

In ‘t Marne­hoes hangt nu een wapen van de familie Tjarda van Star­ken­borgh, gesneden door Casper Struiwig. Dat stond eerder als opzet­stuk op een heren­bank. Onder het koor bevindt zich een graf­kelder van de familie met zes graf­kisten. De laatste Tjarda van Star­ken­borgh was van 1829-1839 burge­meester van Leens en woonde op de later afge­broken borg Borgweer.

De kerk bestaat uit één beuk en is recht­ge­sloten van vorm, met een onge­lede toren en acht­kan­tige lantaarn, een zware muur met kloos­ter­stenen en met smalle muur­dammen, die nog alle­maal aanwezig zijn. De eerste inscriptie is van 1553 en bevindt zich in een balk. In 1656 is de toren verhoogd, is er een weste­lijke ingang gemaakt en zijn de ramen veran­derd. De toren heeft een 17e-eeuws uurwerk en had voor 1818 een koepel, die is inge­stort en vervangen. Op een gedenk­steen in de west­gevel staat dat de kerk in 1880 buitenom is gepleis­terd. Tijdens een restau­ratie zijn meer­dere deuren gevonden; het is niet meer bekend hoeveel, maar in elk geval één naast de keuken, één aan de zuid­kant (de straat­kant) en één aan de west­kant. De contouren ervan zijn zicht­baar in het pleis­ter­werk. Bij elk huwe­lijk van een belang­rijk persoon werd een nieuwe deur geplaatst.

Aan de oost- en west­kant in de kerk bevinden zich "melaat­sen­ramen". Melaatsen mochten niet in de kerk, maar moesten door zo’n raam naar de preek luis­teren. Bij een venster aan de oost­kant zit een gootje waar­door het wijwater naar buiten spoelde. De graf­steen naast de toren­in­gang lag waar­schijn­lijk eerst naast een melaat­sen­ven­ster, gezien de gaten aan de zijkanten. De steen werd onder­ste­boven als drempel terug­ge­vonden. De pries­ter­steen vertoont kerven, omdat men er stukjes vanaf kraste in de over­tui­ging, dat deze scherven geluk brachten.

In de zuid­wand bevindt zich een epitaaf met marmeren vaas van 1857 ter nage­dach­tenis aan Jan van Julsingha, veehan­de­laar, veerman en boer. Hij had veel gezag onder de inwo­ners van Wehe. Later werd hij assessor (wethouder) in de stad Groningen. Hij was waar­ne­mend burge­meester toen er in 1831 rellen waren bij de belas­ting­in­ning en burge­meester Edzard Tjarda van Star­ken­borgh Stachouwer naar Groningen was gevlucht. Aan de zuid­kant van de kerk zijn inke­pingen te zien van het altaar­blok. Van het inte­rieur uit de 18e eeuw zijn twee banken over, het restant van het "kost­baar gestoelte" van de familie Tjarda van Star­ken­borgh. De ruimte onder de orgel­tri­bune stond in open verbin­ding met de kerk en ook hier stonden kerkbanken.

Het orgel werd in 1923 door J. Doornbos gebouwd. Het bevat oud pijp­werk en een mecha­ni­sche blaas­balg. De dispo­sitie (opsom­ming van regis­ters) is: trompet 8’, octaaf 2’, fluit 4’, octaaf 4’, holpijp 8’, gamba 8’, bourdon 16’ en pres­tant 8’. In 1985 is besloten het orgel niet te restau­reren vanwege de slechte conditie.

Bij de herstel­werk­zaam­heden in 1965 is de kerk opnieuw inge­richt met moderne meubels en mate­ri­alen. Er zijn gelukkig enkele onder­delen van het meubi­lair uiit de 18e eeuw, met snij­werk van Casper Struiwig, gespaard gebleven. Men had ooit het wapen van de familie Tjarda van Star­ken­borgh in drieën gezaagd om het pasklaar te krijgen boven het klank­bord van de preek­stoel. Bij de restau­ratie in 1985 zijn de verf­resten verwij­derd, de drie zijden aan elkaar geplakt en het wapen geres­tau­reerd. Tot een paar jaar geleden hebben op de balk boven het podium wapen­bordjes gestaan, gemaakt door restau­ratie-archi­tect Wim Faber. Het zijn de wapens van de personen die op de rouw­borden stonden, die ooit in de kerk hingen. De wapen­bordjes zijn wegge­haald, omdat ze het zicht op de in 1985 aange­brachte plafond­schil­de­ring van Wout Muller en Matthijs Röling belemmerden.

De schilder die bij de restau­ratie in 1985 betrokken was, heeft alle pilaren gemar­merd, de uitgangs­deuren van een hout­nerf voor­zien en het schild boven de zij-ingang geres­tau­reerd. De preek­stoel is gere­con­stru­eerd uit bewaard gebleven panelen.

Tijdens een kerk­dienst aan het eind van de 19e eeuw kwam een deel van het gewelfde plafond naar beneden, waarna men een gekoofd plafond heeft gemaakt. Aan de beschil­de­ring van het plafond door Wout Muller en Matthijs Röling in 1985 is een verhaal verbonden: Wout en Matthijs kwamen rond 1984 vaak in een kunste­naars­so­ci­ë­teit in Den-Hoorn. Op een avond is het plan ontstaan om het plafond te beschil­deren. De verte­ke­ning van het aan drie zijden ronde plafond bood de kans de hemel uit te beelden.

Middenin de kerk lijkt het of de geschil­derde bomen de hemel in rijzen. De verte­ke­ning blijkt als je op het podium staat en naar boven kijkt; De Stich­ting Oude Groninger Kerken vroeg een voor­ont­werp van de beschil­de­ring, maar zo wilden de kunste­naars niet te werk gaan. Op de zondag­avond voordat de stei­gers van de restau­ratie zouden worden afge­broken, zijn Wout en Matthijs met de voor­zitter van de Stich­ting naar de woning van de familie van Groe­ningen in Eelde gegaan. Het zien van de beschil­de­ringen, die zij in dat huis hadden aange­bracht, gaf de door­slag. Een lamp op de grond gaf een schaduw van de stei­ger­buizen op het plafond en zo konden de kunste­naars het perspec­tief over­brengen. De opdracht werd uitge­voerd binnen de 14 dagen die de kunste­naars voor de beschil­de­ring werden gegund.

Ze hebben het plafond beschil­derd met onder meer een stier, een koe, een schildpad, een balus­trade, palm­bomen en kinder­kopjes. De dieren staan in verband met het Hindoe­ïsme, waarin verteld wordt dat "de god Vischnu zich in drie schreden van de aarde naar de hoogste sfeer verheft, waar de glan­zende sterren als gehoornde stieren wandelen".

Vischnu is van oorsprong een zonnegod; de schildpad is de tweede avatara (incar­natie) van deze god, en dient als beeld van kracht. Matthijs Röling vertelt dat de kunste­naars met de schildpad, als symbool van de drager van de wereld, "iets heiligs" wilden toevoegen aan de kerk. De stier aan de ene kant van het plafond en de koe aan de andere kant kunnen verwijzen naar het gebruik dat mannen en vrouwen vroeger links en rechts, apart van elkaar, in de kerk zaten. De hoeken van de schil­de­ring zijn van de hand van Matthijs Röling; de stier, de koe en de schildpad van Wout Muller. De beschil­de­ring is tijdens de vervaar­di­ging nog aange­past, zowel wat betreft de stijl, als de alle­go­ri­sche voor­stel­ling. De blauwe achter­grond­kleur is door de kunste­naars ook gebruikt in de aula van het Acade­mie­ge­bouw van de Rijks­uni­ver­si­teit Groningen.

Sinds de restau­ratie van 1985 fungeert ’t Marne­hoes als cultu­reel centrum voor de regio Noord­west Groningen. Waar eerder zich de preek­stoel bevond, is een toneel geplaatst. Het inte­rieur is aange­vuld met stoelen, tafels, belich­ting- en geluids­ap­pa­ra­tuur, een piano, centrale verwar­ming en een eenvou­dige keuken.

In ‘t Marne­hoes worden toneel- en caba­ret­voor­stel­lingen en concerten geor­ga­ni­seerd, Het fungeert als oefen­po­dium voor toneel­lessen en er vinden trou­we­rijen, perso­neels- en fami­lie­feesten plaats, en inci­den­teel een begra­fe­nis­ce­re­monie. De akoes­tiek wordt vaak door de gebrui­kers geprezen. De sfeer in ’t Marne­hoes wordt nog steeds in hoge mate bepaald door het oorspron­ke­lijke kerkje met zijn monu­menten, vensters en bijzon­dere lichtinval.

't Marne­hoes
Kerk­straat 21
9964 AC Wehe - den Hoorn

Bezoek voor meer infor­matie de website www.marnehoes.nl !

Tekst: © 't Marnehoes
Foto's: © Lauwers­land Online