Lauwersland Online - Nibud: Kwart van huishoudens weet niet of ze recht hebben op toeslagen

donderdag 18 april 2019

Nibud: Kwart van huis­hou­dens weet niet of ze recht hebben op toeslagen

Ruim een kwart (27 procent) van de huis­hou­dens weet niet of ze recht hebben op tege­moet­ko­mingen zoals toeslagen. Van de huis­hou­dens met een laag inkomen* weet 1 op de 6 dit niet. Huis­hou­dens met een wisse­lend inkomen weten minder goed dan huis­hou­dens met een vast inkomen of ze er recht op hebben. Huis­hou­dens die wel weten of ze in aanmer­king komen voor tege­moet­ko­mingen, komen makke­lijker rond. Dit blijkt uit het Nibud-onder­zoek Geld­zaken in de prak­tijk 2018-2019.

Het Nati­o­naal Insti­tuut voor Budget­voor­lich­ting (Nibud) presen­teert dit onder­zoek op 18 april tijdens het jubi­le­um­con­gres t.g.v. het 40-jarig bestaan. Het Nibud vindt dat de samen­le­ving veel meer reke­ning moet houden met huis­hou­dens met wisse­lende inkom­sten. Er zijn inmid­dels twee miljoen flex­wer­kers tussen de 25 en 65 jaar. Het Nibud ziet dat zij moei­lijker rond­komen, minder sparen en minder vaak dan werkenden met een vast inkomen geld opzij zetten voor hun pensioen.

Huis­hou­dens laten geld liggen

1 op de 6 huis­hou­dens met een laag inkomen* en 1 op de 4 huis­hou­dens met een midden­in­komen* weten niet of ze recht hebben op toeslagen. Van de werkenden met wisse­lende inkom­sten maakt 34 procent geen gebruik van tege­moet­ko­mingen. Het Nibud vermoedt dat veel van hen onnodig geld laten liggen.

Samen­le­ving moet meer doen voor huis­hou­dens met wisse­lend inkomen

CBS-cijfers laten zien dat twee miljoen flex­wer­kers tussen de 25 en 65 jaar flex­werker zijn; het gaat om werk­ne­mers met een flexibel arbeids­con­tract en zzp’ers. Het Nibud ziet in het onder­zoek dat 20 procent van de werkenden aangeeft een wisse­lend inkomen te hebben. Het Nibud maakt zich zorgen om deze groep werkenden. Ze hebben vaker een lager inkomen en komen twee keer zo vaak moei­lijk rond als werkenden met een vast inkomen. Ook weten ze minder vaak hoeveel ze vrij te besteden hebben en lukt het ze minder goed om te sparen. Het Nibud wijst er in het rapport op dat de samen­le­ving momen­teel onvol­doende reke­ning houdt met deze groei­ende groep werk­ne­mers. Zo wordt er bij veel voor­zie­ningen nog uitge­gaan van een vast inkomen waar­door het voor flex­wer­kers moei­lijker is om er gebruik van te maken.

Arjan Vlie­gent­hart, direc­teur van het Nibud: "Het Nibud vindt het onwen­se­lijk dat werkenden met een wisse­lend inkomen tege­moet­ko­mingen moge­lijk vaker niet benutten dan werkenden met een vast inkomen. Juist werkenden met een wisse­lend inkomen hebben vaker een lager inkomen en kunnen tege­moet­ko­mingen goed gebruiken."

Gedrag bepa­lender voor finan­ciële problemen dan inkomen

Het Nibud ziet dat het percen­tage huis­hou­dens dat moeite heeft met rond­komen weer op hetzelfde niveau is als voor de econo­mi­sche crisis. Net als in 2009 zegt nu 38 procent van de huis­hou­dens moeite met rond­komen te hebben. Moei­lijk of makke­lijk rond­komen heeft niet alleen met de hoogte van het inkomen te maken. Ook mensen met lage inko­mens zijn in staat om makke­lijk rond te komen. Hoe je met geld omgaat, je finan­ciële gedrag, is bepa­lender voor je finan­ciële situ­atie dan de hoogte van het inkomen. Degenen die van huis uit hebben geleerd met geld om te gaan kunnen makke­lijker rond­komen. Net als mensen die bedacht­zaam zijn bij hun aankopen, sparen en een geor­dende admi­ni­stratie hebben.

20 procent van de huis­hou­dens heeft minder dan 1000 euro spaar­geld

Het spaar­ge­drag van de Neder­landse huis­hou­dens is de afge­lopen tien jaar weinig veran­derd. 17 procent heeft geen spaar­re­ke­ning. En van degenen die wel een spaar­re­ke­ning hebben, heeft 1 op de 5 minder dan 1.000 euro spaar­geld. Zeker 3 op de 10 huis­hou­dens heeft te weinig geld achter de hand om zijn twee duurste bezet­tingen te vervangen. Ruim een kwart (28 procent) van de huis­hou­dens heeft meer dan 10.000 euro op de spaar­re­ke­ning staan.

40 procent weet niet of ze na pensioen kunnen rond­komen

40 procent van de huis­hou­dens heeft geen idee of ze na pensi­o­ne­ring kunnen rond­komen. Pas op 55-jarige leef­tijd gaan mensen zich erin verdiepen. Toch weet nog altijd 23 procent van 55- tot 65-jarigen niet of ze na pensi­o­ne­ring kunnen rond­komen. Zij moeten dit nog uitzoeken of zien het straks wel.

Ook zetten weinig mensen geld apart voor later. Met name 45-plus­sers willen wel geld apart zetten maar ruim een derde van hen zegt daar geen geld voor te hebben. Ook hier ziet het Nibud dat werkenden met een wisse­lend inkomen minder vaak geld apart zetten voor hun pensioen dan werkenden met een vast inkomen.

Pinnen meest gebruikt

Pinnen is de meest gebruikte betaal­me­thode. Toch wordt er ook nog veel met contant geld betaald: 35 procent gebruikt beide betaal­vormen even vaak; 49 procent gebruikt de pinpas meer dan contant geld; 15 procent betaalt meer met contant geld dan met de pinpas.

Achter­gronden bij het onder­zoek

Voor het onder­zoek Geld­zaken in de prak­tijk 2018 - 2019 zijn 2.493 Neder­lan­ders in de leef­tijd van 18 tot 75 jaar onder­vraagd via een online vragen­lijst. De netto streek­proef is repre­sen­ta­tief voor Neder­lan­ders, qua geslacht, leef­tijd, oplei­dings­ni­veau, inkomen en regio.

De respon­denten zijn geworven via het panel Dynata, www.dynata.com, voor­heen Research Now SSI. Dit onder­zoek is de 5e in een reeks. Verge­lijk­baar onder­zoek is uitge­voerd in 2005, 2009, 2012 en 2015. Waar moge­lijk zijn de resul­taten van dit onder­zoek verge­leken met die van de eerdere onder­zoeken.

(*)
Laag inkomen:
zonder partner € 1.250 netto p.m.;
met partner € 2.500 netto p.m.

Midden­in­komen:
zonder partner € 1.250 - € 2.000 netto p.m.;
met partner € 2.500 - € 4.000 netto p.m.

Hoog inkomen:
zonder partner > € 2.000 netto p.m.;
met partner > € 4.000 netto p.m.

Bezoek voor meer infor­matie de website www.nibud.nl !

Foto: © Pixabay
Tekst: © Nibud