Lauwersland Online - Johannes Lindenbergh praat D66-ers bij over de Nederlandse waterschappen

Johannes Lindenbergh praat D66-ers bij over de Nederlandse waterschappen

Het bestuur van de D66-afde­ling Winsum-Bedum-De Marne wist Johannes Linden­bergh te strikken om na afloop van het offi­ciële deel van de alge­mene leden­ver­ga­de­ring van 23 november iets te vertellen over de taken en bevoegd­heden van een water­schap. Dat was een heel goed idee: van de aanwe­zigen wisten name­lijk maar enkelen wat een water­schap eigen­lijk is en waar een water­schap voor staat. Linden­bergh spij­kerde de kennis van zijn toehoor­ders snel bij.

Water­schappen zijn amper bekend bij het grote publiek. Dat is vreemd, want water­schappen zijn de oudste over­heden in ons land. Ze vormen, na rijk, provin­cies en gemeenten, de vierde verdie­ping in het "Huis van Thor­becke". Bij een gemeente heb je een burge­meester en wethou­ders, bij een water­schap heb je een dijk­graaf en heem­raden.

Waar een gemeente ontzet­tend veel taken heeft, gaat het bij water­schappen maar om enkele, maar dan wel om heel belang­rijke. Om de taken te kunnen uitvoeren, "halen de water­schappen zelf geld op", ze heffen dus hun eigen belas­tingen. De aller­be­lang­rijkste taak van elk water­schap is het bevei­ligen van het eigen beheer­ge­bied, zowel van buiten als van binnen, tegen water. Maar ook tegen water dat van binnen komt, moet het gebied worden beschermd. Dat is regel­matig te merken nu door de klimaat­ver­an­de­ring er steeds meer en heviger regenval verwacht wordt.

Daar­naast moet het water­schap ervoor zorgen dat er voldoende water in het gebied is en ook dat dat water schoon is. Er mag niet te weinig water zijn en ook niet te veel. Water­schappen zorgen verder op riool­wa­ter­zui­ve­rings­in­stal­la­ties voor de zuive­ring van het riool­water, dat onder andere uit de wc's komt. Het gaat hier om een geza­men­lijke taak met de gemeentes die dat riool­water inza­melen. De water­schappen zuiveren dat vervuilde water, dat dan zo schoon wordt, dat het als effluent weer terug­komt in het opper­vlak­te­water.

Bewo­ners in het beheer­ge­bied krijgen voor de taken, die een water­schap heeft, een reke­ning. Zo ontvangen ze een nota waarmee de zuive­ring wordt betaald. Daar­naast betalen alle inge­ze­tenen in het gebied een reke­ning voor het water­sys­teem­be­heer. Zij kunnen er name­lijk wonen, werken en recre­ëren. Daar­naast moeten eige­naars en huur­ders van gebouwen nog aparte bedragen betalen. Het water­schap zorgt ervoor dat deze gebouwen bevei­ligd zijn tegen water­over­last. Tenslotte betalen eige­naren van gronden ook nog voor het feit dat het water­schap ervoor zorgt dat hun gronden goed zijn te bewerken of te gebruiken.

De aanwe­zigen, die met grote inte­resse naar Linden­bergh hadden geluis­terd, over­stelpten hem met vragen en sugges­ties. Het was hun wel duide­lijk geworden hoe belang­rijk het werk van de water­schappen is. Als die hun werk een poos niet doen, dan komt 60% van ons land onder water te staan. De Neder­lan­ders reali­seren zich dat niet. Dat komt doordat het bijna altijd goed gaat. En als het dan een keer mis is gegaan, dan lijkt dat ook al weer snel te zijn vergeten.

Jellie Willemsen — Jong, die de verga­de­ring voorzat, dankte Linden­bergh van harte voor zijn inte­res­sante verhaal. Hij kreeg een royaal applaus.

© Janny de Weijs- Krol